Quantcast
Viewing latest article 1
Browse Latest Browse All 2

Door: admin

In de samenvattende recensie van ‘Naar een kritisch nationalisme’ door W. Schinkel, april 2012, trof mij diens idee van de ‘Natiestaat is (niet) meer dan een herinnering’.
Tot een vergelijkbare -, maar niet identieke gevolgtrekking, kwam ik na analyse van een artikel over nationalisme van Zwaan. Wie van die conclusie kennis wil nemen, kan ik niet dispenseren van het lezen van mijn hele verhaal.

De Nederlandse socioloog T. Zwaan is de auteur van het opstel Nationalisme als sentiment en ressentiment, verschenen in de Bundel ‘Het Nut van Nederland’, 1996. Stapsgewijs ga ik wat Zwaan van de natie vindt na.

● Z1. Met Deutsch(1) verwerpt Zwaan de idee – Sturzo’s(2) – van het morele = geestelijke karakter van de natie, want dat zal je toch wel doen als je schrijft: “Naties hebben geen ‘wezen’, ‘ziel’* of ‘karakter’, laat staan dat nationale kenmerken langs natuurlijke, biologische weg van generatie op generatie worden doorgegeven, zoals in het nationalistische discours veelal wordt gesteld.”
Om te beginnen vestig ik er de aandacht op dat waar Zwaan de voortplanting van de natie aan de orde stelt, hij daarin een onderscheid maakt tussen A = het geestelijke en B = het natuurlijke, en via ‘laat staan’ B ondergeschikt maakt aan A. Geestelijke existentie annex vererving van nationalismen (= A) is nihil, genetische (= B) minder dan dat. Blijven we na A + B de socioloog Zwaan serieus nemen – wat anders zit erop? – is volgens zijn redering nationalisme geestelijk noch natuurlijk, dat is: cultureel noch fysiek en kan derhalve naar mijn mening nationalisme niet bestaan. In geen enkele bekende modus of dimensie. Op nationalistisch gebied stuiten wij bij Zwaan (pp. 71-72) dus op een formidabel ontologische probleem. Voor een oplossing zou je ten einde raad er Aristoteles op kunnen naslaan, of een gnosticus als Valentinus (2e eeuw AD). Die zagen nog een verschil tussen geest, ziel en stof, maar daar geloof ik niet in en ik begin er niet aan.
* Wie of wat heeft een ziel of karakter of een wezen? In het bestaan van zulke dingen geloven medi- cijnmannen, priesters e.d. Die hebben daar een neus voor en een belang bij. Als je zegt dat iets geen ziel heeft, zeg je alleen maar dat iets1 iets2 niet heeft wat niet bestaat, maar wat zegt dat? Volgens mij niets, maar ik erken dat dat ook iets is.

● Z2. Vervolgens bespreekt Zwaan, ook hij, Anderson’s definitie waarin natie zich voordoet als een ‘verbeelde grootheid’, een zuivere ‘culturele’ constructie of zelfs als een inventie van ‘nationalisten’. Vergelijk hiermee Gellner’s idee van éérst de voorstelling van de natie, waarna pas haar ontstaan en bestaan. Maar Zwaan verwerpt Anderson’s culturele gezichtspunt, of het culturele erin, ‘omdat het veelal de realiteit miskent van bindingen aan de natie en de dwingende kracht die daarvan kan uitgaan.’ (Zwaan, pp. 71-72).
Uit boven gegeven citaat destilleren we moeiteloos Zwaan’s geloof aan: 1. het super verschijnsel Realiteit, 2. de speciale realiteit van de bindingen aan de natie, 3. de geringe(re) hoeveelheid cultuur van die bindingen. Vervolgens waag ik te concluderen dat Zwaan 4. het minder reële met cultuur associeert en dat wat sterk is (‘dwingende kracht’) en absoluut reëel met 5. natuur, en 6. hij nu in tegenstelling tot wat hij eerder vond en schreef de natuur de overhand over de cultuur doet hebben. Of dat eerst eigenlijk ook al, maar toen in negatieve zin. In Z1 heeft de natie = ‘nationale kenmerken’ geen ‘ziel’, ‘laat staan’ dat zij natuurlijk bepaald zou zijn; in Z2 is het de niet-culturele binding die de natie karakteriseert, aanwijst of iets dergelijks. [vervolg in reactie 2.]


Viewing latest article 1
Browse Latest Browse All 2